Overgehaalde minderingen (raglanvorming)
Heentoer met minderingen:
Aan de rechter werkrand: 2 st re, 2 st re overgehaald samen br. (= 1 st re afh., 1 st re, de afgehaalde over de gebreide st halen), 3 st av, 1 osl, 2 st re overgehaald samen br., patroonsgewijs verder br.
Aan de linker werkrand: tot 9 st vóór het einde van de toer re st br., 2 st re samen br., 1 osl, 3 st av, 2 st re samen br., 2 st re.
Heentoer zonder minderingen:
Aan de rechter werkrand: 2 st re, 2 st re overgehaald samen br., 3 st av, 1 osl, patroonsgewijs verder br.
Aan de linker werkrand: tot 7 st vóór het einde van de toer re st br., 1 osl, 3 st av, 2 st re samen br., 2 st re.
Terugtoer:
3 st av, 3 st re, tot 6 st vóór het einde van de toer
av st br., 3 st re, 3 st av.
Rugpand
Met naalden 4 mm 114 (126 – 138 – 150 – 162) st opzetten, en 7 cm in boordpatroon br. In de volgende terugtoer br. zoals volgt:
2 (4 – 5 – 2 – 4) st patroonsgewijs, [2 st patroonsgewijs, 2 st patroonsgewijs samen br., 3 st patroonsgewijs,
2 st patroonsgewijs samen br.] 12x (13x – 14x – 16x – 17x),
4 (5 – 7 – 4 – 5) st patroonsgewijs
= 90 (100 – 110 – 118 – 128) st.
Met naalden 4,5 mm in basispatroon verder br.
Op een hoogte van 33 (34 – 37 – 39 – 40) cm,
voor de armsgaten, aan weerskanten
1×5 (1×8 – 1×10 – 1×10 – 1×12) st afk.
= 80 (84 – 90 – 98 – 104) st.
Alleen voor maat 48 (50/52)
De laatste 2 toeren 1x (3x) herh. = 90 (88) st.**
Voorpand
Tot ** zoals het rugpand afwerken. Vervolgens voor alle maten de raglanvorming zoals het rugpand afwerken.
Tegelijk voor de hals, op een hoogte van circa
47 (49 – 53 – 55,5 – 57,5) cm, als nog
46 (48 – 52 – 54 – 54) st op de naald zitten, de middelste 18 (20 – 18 – 20 – 20) st op een hulpnaald in ruststand zetten, en vervolgens de twee zijden apart afwerken. Voor de halsvorming, in elke volgende toer in totaal 6×1 (6×1 – 8×1 – 8×1 – 8×1) st aan de halskant minderen (aan de rechter zijde patroonsgewijs samen br.).
[…]