Baby Chenillove – model 18

Correct:

Materiaal
Creative Chenillove
Kleur 010 (lichtblauw) 200 g 400 g
6 Rico knopen, diameter 20 mm
Rico rondbreinaald 4,5 mm
Rico stekenmarkeerders
[…]

Baby Chenillove – model 10

Correct:

10 BIJ **
Materiaal
Creative Chenillove
Kleur 001 (crème) 100 g
Kleur 003 (vanille) 100 g
Kleur 013 (grijs) 100 g
Kleur 005 (roze) wolrestje voor de wangen
Katoenen garen (zwart) restje voor het gezicht
Rico haaknaald 4 mm
Rico borduurnaald
Rico polyesterwatten

Lichaam
[…]
28de t/m 30de ronde: vasten haken.
In vanille verder haken.
31de ronde: elke 6de en 7de st samen haken
= 60 st.

Rico Baby 35 – model 14

Correct:

[…]

Hoofddeel

[…]

Met naalden 4 mm van voren over de

21 (23 – 25) in ruststand gezette st voor het linker voorpand in basispatroon br., keren, 6 st extra opzetten, keren, patroonsgewijs over de 43 (47 – 51) st voor het rugpand br., keren, 6 st extra opzetten, keren, over de 21 (23 – 25) in ruststand gezette st voor het rechter voorpand patroonsgewijs br. = 97 (105 – 113) st.

Over alle st 12 (13 – 14) cm in basispatroon in toeren verder br.

Voor de onderste kant van de voorste opening, aan weerskanten 1×3 st extra opzetten

= 103 (111 – 119) st.

Nog 10 (12 – 14) rondes br.

Over alle st 12 (13 – 14) cm in basispatroon verder br.

Dan het werkstuk voor de broekspijpen split­ten.

[…]

Rico Baby 35 – model 3

Correct:

[…]

Hoofdpand

[…]

Op dezelfde manier in de volgende en in elke volgende 6de ronde in totaal 4 5x4 (5 6x4 – 6 7x4 – 7 8x4) st meerderen = 144 (156 – 168 – 180) st.

1 ronde zonder meerderingen br.

Kruisje

Volgende ronde: 3 (4 – 4 – 5) st afk., 65 (69 – 75 – 79) st re, keren = 66 (70 – 76 – 80) st. In toeren verder br.

Volgende toer: patroonsgewijs br.

[…]

Rico Baby 37 – model 3

Correct:

rugpand

In basispatroon verder br. Eerst over de st van de

rechter broekspijp br., (hierbij aan de kant met de

meerderingen eindigen), dan 5 st voor het kruis

nieuw opzetten, en de st van de linker broekspijp

op de hulpnaald br., (hierbij aan de kant met de

meerderingen beginnen) = 73 (79 – 83 – 89) st.

In basispatroon recht verder br.

Voor de mouwen, op een totale hoogte van

33 34 (35 36 – 37 38 – 42 43) cm aan weerskanten in elke

2de toer in totaal 2×4 (2×5 – 2×7 – 2×7) st

meerderen, de laatste toer aan weerskanten

markeren = 89 (99 – 111 – 117) st.

Recht verder br.***

Voor de achterste opening, op een totale

hoogte van 40 (43 – 45 – 51) cm de middelste st

op een hulpnaald (speld) in ruststand zetten, en

vervolgens de twee zijden apart afwerken.

2 (2 – 3 – 3) cm recht verder br.

Voor de schoudervorming, op een hoogte van

42 (45 – 48 47 – 54 53) cm aan de schouderkant in de

volgende en in elke volgende 2de toer in totaal

3×9 (3×10 – 3×11 – 3×11) 1×7 en 3×9 (1×8 en 3×10, 1×9 en 3×11, 4×11) st afk. De resterende

10 (11 – 13 – 14) st op een hulpnaald in ruststand

zetten.

De tweede zijde tegengesteld afwerken.

Voorpand

Tot *** zoals het rugpand afwerken.

Voor de hals, op een totale hoogte van

38 (41 – 44 – 49) cm de middelste

9 (11 – 15 – 17) st op een hulpnaald in

ruststand zetten, en vervolgens de twee zijden

apart afwerken. Voor de halsvorming, aan de

halskant in elke toer in totaal 6×1 afk. Op een

totale hoogte van 42 (45 – 48 – 54) cm de

schoudervorming zoals het rugpand afwerken.

De tweede zijde tegengesteld afwerken.

Rico Baby 35 – model 9

Correct:

Rechter voorpand

Naar de in ruststand gezette st op de hulp-naald terug keren, en de draad weer met het werkstuk verbinden. Met naalden 4 mm 1 st extra opzetten, over de laatste 16 (17 – 18 –

19 – 20) st patroonsgewijs br., keren, en de toer patroonsgewijs eindigen

= 17 (18 – 19 – 20 – 21) st.

Voor de raglanvorming, in de volgende en in elke volgende 2de toer in totaal 5×1 (6×1 –

7×1 – 8×1 – 9×1) st overgehaald meerderen. In de volgende heentoer 2 (2 – 2 – 3 –3) st extra opzetten. 1 toer recht verder br., en de 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st op een hulpnaald in ruststand zetten.

 

Linker voorpand

De 16 (17 – 18 – 19 – 20) st voor het linker voorpand op de hulpnaald patroonsgewijs br., keren, 1 st extra opzetten, en de toer patroons­gewijs

eindigen = 17 (18 – 19 – 20 – 21) st.

De raglanvorming zoals het rechter voorpand br., maar tegengesteld. Aan het begin van de laatste terugtoer 2 (2 – 2 – 3 – 3) st extra opzet­ten = 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st.

 

Hoofddeel

Dan over alle st van de voorpanden en van het rugpand in de volgende volgorde br.: de

24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st van het linker voor­pand, de 50 (55 – 58 – 63 – 68) st van het rugpand en de 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st van het rechter voorpand = 98 (108 107 – 114 – 124 125

134) st. Nog 14 (15,5 – 17 – 19 – 21,5) cm patroonsgewijs verder br. Hierbij in het midden van de laatste toer 1 (0 – 1 – 0 – 1) st meerderen

= 99 (109 107 – 115 – 125 – 135) st. Met naalden 3 mm nog 8 toeren in boordpatroon br. Alle st patroonsgewijs afk.

 

Baby Merino No. 1 – model 09

Correct:

Rugpand

In kleur A 77 (83 – 91 – 99) st opzetten, en 3 (3 – 3,5

– 4) cm in boordpatroon br. In de volgende terugtoer

av st br., en gelijkmatig verdeeld 8 (8 – 10 – 10) st

minderen = 69 (75 – 81 – 89) st.

In basispatroon verder br. Na 4 (4 – 6 – 6) toeren met

naalden 4 mm in basispatroon volgens telschrift intarsiepatroon

1 br. Hierbij de draden, voor de kleurenwissel,

op de achterkant kruiselings leggen (om

gaatjes te voorkomen). In de 4de toer met naalden

3,5 mm en kleur A verder br. Met naalden 4 mm op

een hoogte van 11 (14 – 17 – 22) cm in basispatroon

volgens telschrift intarsiepatroon 2 verder br. Na deze

4 toeren van het telschrift, op een hoogte van circa

12 (15 – 18 – 23) cm, volgens telschrift intarsiepatroon

3 4 verder br., en voor de armsgaten, aan weerskanten

1×4 st afk. = 61 (67 – 73 – 81) st.

Voor de raglanvorming, aan weerskanten in de

volgende en in elke volgende toer in totaal 5×1 (5×1 –

5×1 – 9×1) st en in elke volgende 2de toer (heentoer)

in totaal 14×1 (15×1 – 17×1 – 16×1) st afk. Tegelijk na

deze 24 toeren van het Intarsiepatroon 3 4 weer met

naalden 3,5 mm in kleur A verder br.** Op een hoogte

van circa 19 (22 – 26 – 31,5) cm, als nog 35 (41 – 43 –

45) st op de naald zitten, voor de achterste opening,

de middelste st op een hulpnaald in ruststand zetten,

en vervolgens de twee zijden apart afwerken.

Op een hoogte van circa 22,5 (26 – 30 – 35,5) cm de

resterende 11 (13 – 14 – 15) st op een hulpnaald in

ruststand zetten. De tweede zijde evenzo afwerken,

maar tegengesteld.

 

Mouwen

Met naalden 3,5 mm in kleur A 41 (41 – 43 – 45) opzetten,

en 3 (3 – 3,5 – 4) cm in boordpatroon br. In de

volgende terugtoer av st br., en gelijkmatig verdeeld

2 st meerderen = 43 (43 – 45 – 47) st.

In basispatroon verder br., en voor de mouwvorming,

aan weerskanten in de 3de (3de – 5de – 5de) toer

en in elke volgende 6de toer in totaal 5×1 (7×1 – 8×1

– 10×1) st meerderen = 53 (57 – 61 – 67) st. Tegelijk

met naalden 4 mm in de 5de t/m 8e (5de – 8e – 7de

– 9de – 7de – 9de) toer volgens telschrift intarsiepatroon

1 br., dan met naalden 3,5 mm en kleur A

verder br.

Op een hoogte van 14 (16 – 19 – 23) cm met naalden

4 mm 4 toeren volgens telschrift intarsiepatroon 2 br.

In de volgende toer, op een hoogte van circa 15 (17 –

20 – 24) cm volgens telschrift intarsiepatroon verder

br. Voor de mouwkop 1×4 st afk. Vervolgens voor de

raglanvorming, aan weerskanten in de volgende en

in elke volgende toer in totaal 1×1 (3×1 – 1×1 – 3×1) st

en in elke volgende 2de toer (heentoer) in totaal 16×1

(16×1 – 19×1 – 19×1) st afk. Tegelijk na deze 24 toeren

van intarsiepatroon 4 weer met naalden 3,5 mm in

kleur A verder br. De resterende 11 (11 – 13 – 15) st

op een hulpnaald in ruststand zetten.

De tweede mouw evenzo afwerken.