Baby Chenillove – model 10
Correct:
10 BIJ **
Materiaal
Creative Chenillove
Kleur 001 (crème) 100 g
Kleur 003 (vanille) 100 g
Kleur 013 (grijs) 100 g
Kleur 005 (roze) wolrestje voor de wangen
Katoenen garen (zwart) restje voor het gezicht
Rico haaknaald 4 mm
Rico borduurnaald
Rico polyesterwatten
Lichaam
[…]
28de t/m 30de ronde: vasten haken.
In vanille verder haken.
31de ronde: elke 6de en 7de st samen haken
= 60 st.
Rico Baby 35 – model 14
Correct:
[…]
Hoofddeel
[…]
Met naalden 4 mm van voren over de
21 (23 – 25) in ruststand gezette st voor het linker voorpand in basispatroon br., keren, 6 st extra opzetten, keren, patroonsgewijs over de 43 (47 – 51) st voor het rugpand br., keren, 6 st extra opzetten, keren, over de 21 (23 – 25) in ruststand gezette st voor het rechter voorpand patroonsgewijs br. = 97 (105 – 113) st.
Over alle st 12 (13 – 14) cm in basispatroon in toeren verder br.
Voor de onderste kant van de voorste opening, aan weerskanten 1×3 st extra opzetten
= 103 (111 – 119) st.
Nog 10 (12 – 14) rondes br.
Over alle st 12 (13 – 14) cm in basispatroon verder br.
Dan het werkstuk voor de broekspijpen splitten.
[…]
Rico Baby 37 – model 2
Rico Baby 37 – model 1
Rico Baby 35 – model 3
Correct:
[…]
Hoofdpand
[…]
Op dezelfde manier in de volgende en in elke volgende 6de ronde in totaal 4 5x4 (5 6x4 – 6 7x4 – 7 8x4) st meerderen = 144 (156 – 168 – 180) st.
1 ronde zonder meerderingen br.
Kruisje
Volgende ronde: 3 (4 – 4 – 5) st afk., 65 (69 – 75 – 79) st re, keren = 66 (70 – 76 – 80) st. In toeren verder br.
Volgende toer: patroonsgewijs br.
[…]
Rico Baby 37 – model 3
Correct:
rugpand
In basispatroon verder br. Eerst over de st van de
rechter broekspijp br., (hierbij aan de kant met de
meerderingen eindigen), dan 5 st voor het kruis
nieuw opzetten, en de st van de linker broekspijp
op de hulpnaald br., (hierbij aan de kant met de
meerderingen beginnen) = 73 (79 – 83 – 89) st.
In basispatroon recht verder br.
Voor de mouwen, op een totale hoogte van
33 34 (35 36 – 37 38 – 42 43) cm aan weerskanten in elke
2de toer in totaal 2×4 (2×5 – 2×7 – 2×7) st
meerderen, de laatste toer aan weerskanten
markeren = 89 (99 – 111 – 117) st.
Recht verder br.***
Voor de achterste opening, op een totale
hoogte van 40 (43 – 45 – 51) cm de middelste st
op een hulpnaald (speld) in ruststand zetten, en
vervolgens de twee zijden apart afwerken.
2 (2 – 3 – 3) cm recht verder br.
Voor de schoudervorming, op een hoogte van
42 (45 – 48 47 – 54 53) cm aan de schouderkant in de
volgende en in elke volgende 2de toer in totaal
3×9 (3×10 – 3×11 – 3×11) 1×7 en 3×9 (1×8 en 3×10, 1×9 en 3×11, 4×11) st afk. De resterende
10 (11 – 13 – 14) st op een hulpnaald in ruststand
zetten.
De tweede zijde tegengesteld afwerken.
Voorpand
Tot *** zoals het rugpand afwerken.
Voor de hals, op een totale hoogte van
38 (41 – 44 – 49) cm de middelste
9 (11 – 15 – 17) st op een hulpnaald in
ruststand zetten, en vervolgens de twee zijden
apart afwerken. Voor de halsvorming, aan de
halskant in elke toer in totaal 6×1 afk. Op een
totale hoogte van 42 (45 – 48 – 54) cm de
schoudervorming zoals het rugpand afwerken.
De tweede zijde tegengesteld afwerken.
Rico Baby 35 – model 9
Correct:
Rechter voorpand
Naar de in ruststand gezette st op de hulp-naald terug keren, en de draad weer met het werkstuk verbinden. Met naalden 4 mm 1 st extra opzetten, over de laatste 16 (17 – 18 –
19 – 20) st patroonsgewijs br., keren, en de toer patroonsgewijs eindigen
= 17 (18 – 19 – 20 – 21) st.
Voor de raglanvorming, in de volgende en in elke volgende 2de toer in totaal 5×1 (6×1 –
7×1 – 8×1 – 9×1) st overgehaald meerderen. In de volgende heentoer 2 (2 – 2 – 3 –3) st extra opzetten. 1 toer recht verder br., en de 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st op een hulpnaald in ruststand zetten.
Linker voorpand
De 16 (17 – 18 – 19 – 20) st voor het linker voorpand op de hulpnaald patroonsgewijs br., keren, 1 st extra opzetten, en de toer patroonsgewijs
eindigen = 17 (18 – 19 – 20 – 21) st.
De raglanvorming zoals het rechter voorpand br., maar tegengesteld. Aan het begin van de laatste terugtoer 2 (2 – 2 – 3 – 3) st extra opzetten = 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st.
Hoofddeel
Dan over alle st van de voorpanden en van het rugpand in de volgende volgorde br.: de
24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st van het linker voorpand, de 50 (55 – 58 – 63 – 68) st van het rugpand en de 24 (27 26 – 28 – 30 31 – 33) st van het rechter voorpand = 98 (108 107 – 114 – 124 125 –
134) st. Nog 14 (15,5 – 17 – 19 – 21,5) cm patroonsgewijs verder br. Hierbij in het midden van de laatste toer 1 (0 – 1 – 0 – 1) st meerderen
= 99 (109 107 – 115 – 125 – 135) st. Met naalden 3 mm nog 8 toeren in boordpatroon br. Alle st patroonsgewijs afk.
Baby Merino No. 2 – model 11
Baby Merino No. 1 – model 09
Correct:
Rugpand
In kleur A 77 (83 – 91 – 99) st opzetten, en 3 (3 – 3,5
– 4) cm in boordpatroon br. In de volgende terugtoer
av st br., en gelijkmatig verdeeld 8 (8 – 10 – 10) st
minderen = 69 (75 – 81 – 89) st.
In basispatroon verder br. Na 4 (4 – 6 – 6) toeren met
naalden 4 mm in basispatroon volgens telschrift intarsiepatroon
1 br. Hierbij de draden, voor de kleurenwissel,
op de achterkant kruiselings leggen (om
gaatjes te voorkomen). In de 4de toer met naalden
3,5 mm en kleur A verder br. Met naalden 4 mm op
een hoogte van 11 (14 – 17 – 22) cm in basispatroon
volgens telschrift intarsiepatroon 2 verder br. Na deze
4 toeren van het telschrift, op een hoogte van circa
12 (15 – 18 – 23) cm, volgens telschrift intarsiepatroon
3 4 verder br., en voor de armsgaten, aan weerskanten
1×4 st afk. = 61 (67 – 73 – 81) st.
Voor de raglanvorming, aan weerskanten in de
volgende en in elke volgende toer in totaal 5×1 (5×1 –
5×1 – 9×1) st en in elke volgende 2de toer (heentoer)
in totaal 14×1 (15×1 – 17×1 – 16×1) st afk. Tegelijk na
deze 24 toeren van het Intarsiepatroon 3 4 weer met
naalden 3,5 mm in kleur A verder br.** Op een hoogte
van circa 19 (22 – 26 – 31,5) cm, als nog 35 (41 – 43 –
45) st op de naald zitten, voor de achterste opening,
de middelste st op een hulpnaald in ruststand zetten,
en vervolgens de twee zijden apart afwerken.
Op een hoogte van circa 22,5 (26 – 30 – 35,5) cm de
resterende 11 (13 – 14 – 15) st op een hulpnaald in
ruststand zetten. De tweede zijde evenzo afwerken,
maar tegengesteld.
Mouwen
Met naalden 3,5 mm in kleur A 41 (41 – 43 – 45) opzetten,
en 3 (3 – 3,5 – 4) cm in boordpatroon br. In de
volgende terugtoer av st br., en gelijkmatig verdeeld
2 st meerderen = 43 (43 – 45 – 47) st.
In basispatroon verder br., en voor de mouwvorming,
aan weerskanten in de 3de (3de – 5de – 5de) toer
en in elke volgende 6de toer in totaal 5×1 (7×1 – 8×1
– 10×1) st meerderen = 53 (57 – 61 – 67) st. Tegelijk
met naalden 4 mm in de 5de t/m 8e (5de – 8e – 7de
– 9de – 7de – 9de) toer volgens telschrift intarsiepatroon
1 br., dan met naalden 3,5 mm en kleur A
verder br.
Op een hoogte van 14 (16 – 19 – 23) cm met naalden
4 mm 4 toeren volgens telschrift intarsiepatroon 2 br.
In de volgende toer, op een hoogte van circa 15 (17 –
20 – 24) cm volgens telschrift intarsiepatroon 3 verder
br. Voor de mouwkop 1×4 st afk. Vervolgens voor de
raglanvorming, aan weerskanten in de volgende en
in elke volgende toer in totaal 1×1 (3×1 – 1×1 – 3×1) st
en in elke volgende 2de toer (heentoer) in totaal 16×1
(16×1 – 19×1 – 19×1) st afk. Tegelijk na deze 24 toeren
van intarsiepatroon 4 weer met naalden 3,5 mm in
kleur A verder br. De resterende 11 (11 – 13 – 15) st
op een hulpnaald in ruststand zetten.
De tweede mouw evenzo afwerken.