MODEL 30
Correct:
Mouwen
Met naalden 3,5 mm 57 (61 – 65) st opzetten, en
tussen de kantsteken 7 cm in boordpatroon br. Dan met
naalden 4 mm in basispatroon verder br., en voor de
mouwvorming, aan weerskanten in elke 10de toer
9×1 st meerderen. De gemeerderde st volgens het
basispatroon invoegen = 75 (79 – 83) st.
Op een totale hoogte van 43 cm, voor de mouwkop, aan
weerskanten 3 st afk. Dan aan weerskanten in elke
2de toer 21x (23x – 25x) overgehaalde minderingen br.
In de volgende heentoer aan weerskanten nog 3 st afk.
Dan de resterende 27 st afk.
De tweede mouw evenzo br.